Taaltips
Vijf Spaanse woorden die je al kent (zonder het te weten)
6 oktober 2026
Het Nederlands zit voller Spaans dan je denkt. Deze vijf woorden gebruik je waarschijnlijk al — en ze komen rechtstreeks uit het Spaans.
1. Tapas — Kleine hapjes bij een drankje. Van het werkwoord tapar, 'bedekken': vroeger dekte men het glas af met een schoteltje met een hapje erop.
2. Siësta — Van sexta hora, 'het zesde uur'. Het heetste deel van de middag, waarin Spanje even stilvalt.
3. Aficionado — Iemand met een passie voor iets. Van aficionar: hartstochtelijk maken.
4. Macho — Letterlijk 'mannetje'. In het Nederlands kreeg het een scherpere lading dan in het Spaans, waar het vooral mannelijk betekent.
5. Plaza — Het plein. In elke Spaanse stad het hart van het dagelijks leven: markt in de ochtend, gesprekken in de avond.
Wil je meer van zulke woordverhalen? In onze lessen Spaans komen ze elke week voorbij.